Wat ik je nog wilde zeggen is een verstillend prentenboek waarin een jonge vos via herinneringen woorden zoekt voor zijn overleden oma. Met weinig tekst en sfeervolle illustraties ontstaat er ruimte voor verdriet, gemis en voortdurende liefde.
Bibliografische gegevens
- Titel: Wat ik je nog wilde zeggen
- Originele titel: Je voudrais te dire (2023)
- Auteur: Jean-François Sénéchal
- Illustraties: Chiaka Okada
- Uitgeverij: Infodok/Standaard Uitgeverij
Het verhaal
Een klein vosje zit buiten aan een tafel met pen en papier voor zich. Maar hij schrijft niet, hij kijkt achterom, naar een dichte deur: ‘Ik wil je een brief schrijven.’ Alles om hem heen is stil. ‘Ik wil je iets zeggen, maar ik kan de woorden niet vinden.’ Hij vertelt dat hij laatst zijn oma bezocht, ze was zo moe, en ze leek zo ver weg. Het lukte hem toen niet iets tegen haar te zeggen terwijl ze stil in bed lag met haar ogen gesloten. Ze leek niet meer op de oma zoals hij die kende, zo smal en klein in het bed. Wel rook hij haar geur en zag hij haar liefste spullen, haar stok, haar grote hoed aan de kapstok. Hij denkt terug aan al het plezier dat ze vroeger samen maakten, eekhorentjes maken van dennenappels, eikels en kastanjes. En hoe ze samen de heuvel beklommen en zich waanden op de top van de wereld. In het bos ontdekten ze ‘ongelofelijke dingen’, ze dansten samen langs de rivier met de eekhorentjes als toeschouwers.
Het vosje wil zijn oma een brief schrijven. Maar het lukt gewoon niet.
Zijn moeder komt net bij zijn oma vandaan: ‘Ze zei dat het voorbij was. Je was er niet meer.’ Maar dat kon het vosje niet geloven. Hij ging op zoek naar zijn oma, keek overal waar ze samen geweest waren. Maar hij kon haar niet vinden. Dan begint het te stormen, te bliksemen, hij schreeuwt . Later ging hij bij de rivier zitten: ‘Het water stroomde en ik hield het niet tegen.’ De dagen gaan voorbij en de zon schijnt weer in de rivier. De door de bliksem getroffen eik geneest langzaam. De blaadjes ruisen door de wind en de vogels zingen.
En dan begint het vosje aan zijn brief. Hij weet wel dat zijn oma hem nooit zal kunnen lezen: ‘…toch schrijf ik hem. Omdat ik je wilde zeggen…dat ik je graag zie.’ Hij legt de brief bovenop de heuvel op de stoelen waarop hij samen met oma zich waande op de top van de wereld: ‘Tot ziens!’
Tot slot zien we het vosje, de hond van oma op zijn hoofd, haar stok in zijn hand, dansend langs de rivier terwijl de eekhorentjes toekijken, net zoals hij vroeger met oma deed.
Hoe de dood wordt gepresenteerd
In het verhaal wordt de dood niet direct of expliciet benoemd. Vanuit het perspectief van het vosje, de kleinzoon, wordt verteld hoe hij zijn oma zoekt, en hoe zijn moeder uiteindelijk eenvoudig tegen hem ‘je was er niet meer.’
De dood van de oma verschijnt aanvankelijk als afwezigheid en verandering: het vosje herkent haar nauwelijks meer in haar bed. In plaats van een concreet sterfmoment, kiest het verhaal voor een innerlijke gesprek van het vosje, waarin hij vertelt over stilte, herinnering en gemis.
In het verhaal staat het onvermogen om daadwerkelijk afscheid te nemen en het zoeken naar taal voor wat nog gezegd had moeten worden.
De storm en de bliksem markeren een kantelpunt: ze verbeelden de heftige emotie van verlies door de dood, terwijl de daaropvolgende rust en het stromende water een beweging suggereren naar acceptatie. De dood wordt zo niet gepresenteerd als een afgerond einde, maar als een proces dat zich afspeelt in het kind zelf. Door uiteindelijk toch een brief te schrijven, ook al kan deze niet meer door oma gelezen worden, laat het verhaal zien dat er zo betekenis ontstaat en met name in het blijvend spreken met en denken aan de overledene. De dood wordt op deze wijze dus niet wordt uitgelegd of gestructureerd, maar eerder verstillend verkend als een ervaring van gemis, herinnering en blijvende verbinding.
Kernthema’s
Het onuitgesproken afscheid
Een centraal thema in Wat ik je nog wilde zeggen is het onuitgesproken afscheid. Het vosje slaagt er niet in om woorden te vinden wanneer hij zijn oma nog ziet. Dit is een herkenbare ervaring voor volwassenen en zeker ook voor kinderen: niet alles kan of hoeft gezegd te worden vóór iemand sterft. Het niet kunnen vinden van woorden wordt zo op zichzelf al betekenisvol.
Zoeken naar taal
Het hele verhaal draait eigenlijk om het zoeken naar woorden voor verlies. Het vosje wil een brief schrijven, maar blijft steken in stilte en herinneringen. Pas later lukt het hem om zijn gevoelens te verwoorden. Het verhaal laat zo zien dat er soms tijd nodig is bij rouw voordat emoties in woorden kunnen worden omgezet.
Herinnering als verbinding
De herinneringen aan zijn oma vormen een dierbaar tegenwicht voor het verdriet. Samen met je oma spelen, ontdekken en dansen krijgen een blijvende plaats in het verhaal. Deze herinneringen maken niet alleen terugkijken, maar houden zo ook de relatie tussen de overleden oma en de kleinzoon in stand, ook na haar dood.
Natuur als spiegel van rouw
De natuur speelt een belangrijke symbolische rol. De storm en bliksem verbeelden de intensiteit van het verlies, terwijl het stromende water en het herstel van de boom een beweging naar acceptatie en herstel suggereren. Dit sluit aan bij een bredere traditie waarin natuurprocessen worden gebruikt om innerlijke ervaringen van rouw invoelbaar te maken.
Blijvende verbondenheid
Wanneer het vosje uiteindelijk zijn brief schrijft, weet hij dat zijn oma deze niet meer zal lezen. Toch schrijft hij de brief. Dit onderstreept een belangrijk thema: de relatie stopt niet met de dood, maar verandert van vorm. De oma blijft aanwezig als een innerlijke gesprekspartner.
Verstillend karakter
Deze thema’s komen samen in de verstilde toon van het boek. Er is weinig tekst, veel ruimte en aandacht voor wat niet gezegd wordt. Daarmee is het een prentenboek dat de dood niet structureert of verklaart, maar verstillend benadert als een innerlijke zoektocht naar betekenis.
Symboliek
De brief
De brief vormt het centrale symbool in het verhaal. Aanvankelijk lukt het het vosje niet om te schrijven, wat het onvermogen verbeeldt om gevoelens van verlies onder woorden te brengen. De uiteindelijke brief kan gezien worden als een vorm van postuum spreken: een manier om toch in relatie te blijven met de overledene. Het schrijven zelf is belangrijker dan het gelezen worden.
De gesloten deur
Aan het begin kijkt het vosje naar een dichte deur. Dit beeld symboliseert de grens tussen leven en dood, maar ook de ontoegankelijkheid van de oma. De deur markeert een overgang die niet meer teruggedraaid kan worden en benadrukt het gevoel van afstand en onbegrip dat bij verlies hoort.
De storm en de bliksem
De storm en bliksem vormen een krachtig symbool voor de heftige emoties na het overlijden. De natuur weerspiegelt hier de intensiteit van verdriet, boosheid en verwarring.
De rivier;
De rivier waarin het water blijft stromen staat symbool voor tijd en rouw als proces. Het vosje kan het water niet tegenhouden, net zoals hij het verlies niet kan stoppen.
De boom
De door bliksem getroffen boom die langzaam herstelt, verbeeldt veerkracht en herstel. Hoewel er schade is, groeit er nieuw leven. Dit sluit aan bij een veelgebruikte symboliek waarbij natuurprocessen hoop en continuïteit suggereren.
De heuvel en de stoelen
De plek op de heuvel waar het vosje en zijn oma samen zaten, krijgt een symbolische betekenis als plek van herinnering.Door op die plek de brief achter te laten, verbindt het vosje verleden en heden, een plek waar de relatie met zijn oma blijft bestaan.
De herhaling van beweging
In de laatste spread zien we het vosje dansend langs de rivier, zoals hij dat eerder met zijn oma deed. Deze herhaling symboliseert dat het leven doorgaat, maar niet helemaal zonder de ander: het vosje draagt zijn oma met zich mee in alles wat hij doet.
Rol van illustraties
Illustratiestijl
De illustraties van Chiaka Okadi zijn opgebouwd uit zachte lijnen en transparante lagen, vaak in een aquarelachtige techniek, waardoor een zachte en dromerige sfeer ontstaat. De beelden laten ruimte voor interpretatie: emoties worden niet expliciet uitgebeeld, maar gesuggereerd in houding, compositie, voorwerpen en leegte. Daardoor sluiten de illustraties nauw aan bij de thematiek van het boek, waarin juist het onuitgesprokene en het zoeken naar woorden centraal staan.
Kleurgebruik en emotie
Het kleurgebruik speelt een rol in de emotionele ontwikkeling van het verhaal. Aan het begin overheersen gedempte, zachte tinten die de stilte en het innerlijke zoeken van het vosje ondersteunen. Tijdens de storm verschuift het palet naar donkerdere, intensere kleuren, waarmee de heftigheid van het verdriet visueel wordt versterkt: een effectieve manier om emoties voelbaar te maken zonder ze te benoemen. Na deze fase keren lichtere en warmere kleuren terug, vooral in de scènes bij de rivier en in de natuur, die zo een voorzichtige beweging naar rust en aanvaarding suggereren.
Ruimte en verstilling
Opvallend in de illustraties is het gebruik van ruimte en leegte. Het vosje wordt regelmatig klein afgebeeld, of ontbreekt zelfs, in een open landschap of in een verstilde omgeving. Deze composities benadrukken zijn eenzaamheid en het gemis, maar bieden tegelijk ruimte voor reflectie. Eigen reflectie wordt ook geïnspireerd door de beperkte tekst onderaan de pagina, en de zo bijna pagina vullende illustraties.
Samenhang met het verstillende karakter
De illustraties en het kleurgebruik versterken het verstillende karakter van het boek. In plaats van de dood of het verdriet expliciet te verbeelden, creëren zij een sfeer waarin emoties langzaam kunnen ontstaan en veranderen. Daarmee ondersteunen de beelden de centrale benadering van het verhaal: de dood wordt niet uitgelegd, maar in stilte en beeldtaal verkend.
Betekenis voor kinderen
Dit prentenboek zou kinderen kunnen ondersteunen die vragen hebben over de dood, zonder hen direct te confronteren met een expliciete en wellicht beangstigende uitleg. Het verhaal kan kinderen helpen zich te verhouden tot de dood als onderdeel van het leven en ondersteunt reflectie hierover.
Het verhaal sluit aan bij wat we noemen ‘magisch denken’ van peuters en kleuters.
In hun fantasiewereld is de dood een persoon is — een skelet of een boze man. Een figuur die kan bewegen en waar je mee kunt praten. Of waar je je voor kunt verstoppen. Het verhaal nodigt uit om samen met kinderen deze voorstelling van de dood te onderzoeken.

