In dit prentenboek van Kitty Crowther ligt een ziek meisje rustig in haar bed wanneer Kleine Dood op bezoek komt, en zonder schrik of verbazing groeit uit hun ontmoeting een troostrijke vriendschap waarin ze samen vriendschappelijk de reis naar het dodenrijk aanvaarden.
Bibliografische gegevens
-
- Titel: Kleine Dood en het meisje
- Auteur/Illustrator: Kitty Crowther
- Oorspronkelijke titel: La visite de Petite Mort (2004)
- Uitgever: Querido
- Jaar van uitgave: 2004
‘Kleine Dood is een aardige jongen. Maar niemand die dat weet.’
Het verhaal
De dood staat, gehuld in een zwarte cape met een zeis over zijn schouder voor een dichte deur. Zijn gezicht is wit, maar het is geen doodshoofd. Dat het de dood is, kun je weten aan zijn zwarte mantel en de zeis en we leren hem meteen kennen: ‘Kleine Dood is een aardige jongen. Maar niemand die dat weet’, luiden de eerste zinnen.
Wij weten nu zijn naam en dat het eigenlijk een vriendelijk ventje is. Hij is in de gang van een huis. Het behang op de muur heeft vrolijke roze rozen. Kleine Dood grijpt naar de deurknop, hij gaat naar binnen, de kamer in. De kamer lijkt somber maar ook weer niet al te veel door het witte gordijn met dezelfde roze rozen als van het behang.
Kleine Dood wijst naar het bed, daar ligt een bleke man in, met een grote neus. Kleine Dood stapt het bed op en wenkt opnieuw naar de man. Die zit rechtop, grote ogen van schrik, maar hij durft niets te zeggen….Kleine Dood neemt de man mee, in zijn pyjama gaan ze samen op pad. Mensen huilen dan altijd en hebben het koud. ‘Altijd weer hetzelfde liedje,’ denkt Kleine Dood. In een veerboot glijden ze samen naar het dodenrijk.
Kleine Dood behandelt de doden goed. Hij maakt een groot vuur voor ze aan in zijn zitkamer omdat ze het zo koud hebben. Maar daar schrikken de doden van omdat ze denken dat ze in de hel zijn beland! En hij verzucht: ‘Altijd weer hetzelfde liedje’.
Maar dan moet Kleine Dood op een avond Lidewijde gaan halen. Lidewijde zit rechtop in bed en glimlacht hem toe toe: ‘Daar ben je eindelijk!’ Kleine Dood heeft dit nog nooit mee gemaakt: dat iemand die hij komt halen blij is… Hij bedenkt iets raars: zelf is hij eigenlijk ook nog maar een kind.
Lidewijde heeft het helemaal niet koud en ze pakt hem enthousiast beet als ze op weg gaan naar het dodenrijk. Ze is niet bang. Ze vertelt Kleine Dood terwijl ze samen gezellig voor het haardvuur zitten hoe ziek ze is geweest, en over de pijn die maar niet wegging. Nu is de pijn weg en dat is fijn.
Ze glimlacht naar Kleine Dood. Samen doen ze in het grote paleis van Kleine Dood allerlei spelletjes. Lidewijde leert ze Kleine Dood en ze laat al haar kunstjes zien zoals op haar handen staan. Kleine Dood doet het haar na en moet hard lachen om alle gekkigheid: ‘Eindelijk leven in huis!’.
Het lijkt of de tijd stilstaat maar toch moet Lidewijde verder, helaas.
Kleine Dood voelt zich heel alleen, leeg, nu Lidewijde weg is. Hij loopt maar door de zalen van zijn paleis en zucht: ‘Lidewijde’. En dan opeens hoort hij haar roepen: ‘Hier ben ik’. Lidewijde is een engel geworden! Nu kan ze altijd bij Kleine Dood zijn en samen de mensen die doodgaan ophalen. Die zijn niet meer bang als ze de glimlach van engel Lidewijde zien: ‘Gelukkig maar!’
Het verhaal eindigt met het beeld van engel Lidewijde en Kleine Dood hand in hand, staande voor een dichte deur.
Hoe de dood wordt gepresenteerd
In dit prentenboek van Kitty Crowther wordt de dood niet voorgesteld als een dreigende macht, maar als een herkenbaar, bijna kinderlijk figuur, een personage. De traditionele attributen, mantel en zeis, verwijzen naar eeuwenoude beeldvorming, maar zijn karakter ondermijnt die angstige symboliek. Door de dood klein, vriendelijk en zelfs wat onzeker te maken, verschuift de betekenis: hij is geen vijand, maar een begeleider.
Symboliek
A De boot als overgangssymbool
De tocht in het bootje naar het dodenrijk sluit aan bij een diepgeworteld cultureel motief: water als grens tussen werelden. In tal van mythen en verhalen markeert een oversteek een overgang van het ene bestaan naar het andere. In dit verhaal krijgt die symboliek een zachte invulling. De reis is geen dramatische breuk, maar een begeleide overgang. Het water fungeert als tussenruimte, een symbolische drempel.
B Zwarte zwanen
De zwarte zwanen in het water versterken de beeldtaal van het verhaal. De zwaan wordt in kunst en literatuur vaak geassocieerd met schoonheid, transformatie en het levenseinde. De kleur zwart voegt daar een laag van mysterie en eindigheid aan toe. Samen roepen zij een sfeer op waarin dood en schoonheid elkaar niet uitsluiten, maar in balans worden gebracht.
C Het meisje als engel
Wanneer het meisje uiteindelijk een engel wordt, krijgt het verhaal een dimensie van voortbestaan. Haar transformatie suggereert geen definitief verdwijnen, maar een andere vorm van aanwezigheid. Zij wordt van begeleide tot begeleider. Daarmee verschuift het perspectief: de dood is niet langer een eenzame taak voor Kleine Dood, maar een gedeelde verantwoordelijkheid. Angst maakt plaats voor vertrouwen.
D Het motief ‘de dood en het meisje’ in de cultuur
Het verhaal staat in een lange culturele traditie waarin de confrontatie tussen jeugd en dood centraal staat. Het motief ‘de dood en het meisje’ komt voor in beeldende kunst, literatuur en muziek, waarin de ontmoeting tussen kwetsbaarheid en onvermijdelijkheid wordt verbeeld. Kitty Crowther sluit bij die traditie aan, maar herschrijft deze gericht op kinderen: hier geen verleiding of dreiging, maar vriendschap en wederkerigheid.
Kernthema’s
A Dood en afscheid
Het centrale thema is de confrontatie met sterven: Kleine Dood komt de zieke Lidewijde ophalen en neemt haar mee naar het dodenrijk, waarbij dit onderwerp rechtstreeks en onomwonden in het verhaal wordt verbeeld.
B Angst en acceptatie
In tegenstelling tot hoe kinderen vaak over de dood denken, is het meisje niet bang. Haar open houding tegenover de Kleine Dood laat zien dat sterven niet per se iets engs hoeft te zijn.
C Vriendschap en empathie
De relatie tussen het meisje en de Kleine Dood verschuift van iets ongrijpbaars en potentieel beangstigends naar een warme, bijna vriendschappelijke verbinding, waardoor de dood een menselijke, niet angstaanjagende figuur wordt.
D Perceptie van de dood
Het boek toont aan hoe de dood beleefd en verbeeld kan worden door een peuter en kleuter, en wellicht ook wel door oudere kinderen: niet als abstract begrip, maar als een figuur, een persoon met karakter en gevoel.
E Leven, ziekte en het onvermijdelijke
Door het zieke meisje in bed te laten liggen én haar open houding richting de dood, gaat het verhaal ook over de kwetsbaarheid van het leven en de wijze waarop kinderen betekenis kunnen geven aan het levenseinde.
Rol van de illustraties in combinatie met stijl en verteltoon
Kitty Crowther maakt gebruik van een subtiele illustratiestijl: potlood, lichte kleurnuances en veel symboliek. Het prentenboek lijkt thematisch donker, maar de illustraties, in samnehang met de tekst, zorgen ervoor dat de sfeer vriendelijk blijft.
Deze manier van visualiseren — dood en leven samenbrengen door beeld — past ook in de bredere visie van Crowther’s werk waarin lastige thema’s op natuurlijke wijze verschijnen in de verbeelding van kinderen.
Het prentenboek speelt dus met sfeer en beeld: door de rustige beelden in combinatie met de vriendelijke, soms speelse tekst, wordt verdriet niet dramatisch gemaakt, maar juist toegankelijk en uitnodigend verkennend voor kinderen.
Betekenis voor kinderen
De symboliek in dit prentenboek werkt op meerdere niveaus. Voor jonge lezers biedt het een troostend narratief waarin sterven niet wordt ontkend, maar wel wordt omgeven door zachtheid, humor en verbondenheid. Voor volwassen lezers opent het een reflectieve laag over hoe wij de dood verbeelden en doorgeven.
De kracht van het verhaal ligt juist in die dubbele bodem: het erkent de ernst van sterven, maar laat tegelijk zien dat zelfs aan de rand van het bestaan ruimte kan zijn voor contact, spel en glimlach.
Het verhaal sluit aan bij wat we noemen ‘magisch denken’ van jonge kinderen.
In hun fantasiewereld is de dood een persoon — een skelet of een boze man. Een figuur die kan bewegen en waar je mee kunt praten. In dit prentenboek is de dood een vriendelijk persoon, een kind nog, en hij vormt daardoor een uitnodiging uit om de dood te verkennen.

