Hoe gedichten kinderen helpen omgaan met dood, verlies en gemis
Deze lezing laat zien dat poëzie al eeuwenlang een plek biedt om met kinderen over dood en rouw te spreken. Van Vondel en Van Alphen tot hedendaagse dichters als Ted van Lieshout en Bette Westera: steeds opnieuw blijkt dat woorden kinderen helpen om verlies te begrijpen, te voelen en er mee om te gaan. Kinderpoëzie maakt dat wat misschien onzegbaar is, zegbaar en biedt taal waar stilte anders zou vallen .
In gedichten wordt de dood niet verzacht of verborgen. Ze tonen verdriet, kou, gemis, verwarring, boosheid en liefde maar ook: speelsheid, nuchterheid en nieuwsgierigheid. Juist daardoor herkennen kinderen zichzelf. De dood mag bestaan en hoort er doodgewoon bij.
Nooit meer mijn kus op jouw wang, je bent dood je
bent dood je bent dood je bent dood
Voor altijd.
— Bette Westera in de bundel Doodgewoon (Gottmer, 2015)
Wat doet kinderpoëzie?
Kinderrouwpoëzie vervult meerdere functies:
- Ze vergroot de culturele geletterdheid van kinderen
- Ze helpt bij het begrijpen van dood en rouw
- Ze ondersteunt het rouwproces
De lezing verbindt gedichten aan het rouwtakenmodel van William Worden. Poëzie lijkt kinderen te kunnen helpen bij alle vier rouwtaken:
- Begrijpen dat de dood onomkeerbaar is
- Emoties mogen uiten
- Leren leven in een wereld zonder de ander
- De overledene een plek geven en verdergaan
Een gedicht over een hamster, een poes of een ouder opent grote werelden. Het laat zien: verdriet om de dood hoort bij het leven.
Hamsters zijn meestal dood.
— Kees Spiering in de bundel Jij begint (Luitingh-Sijthoff, 2018)
Die ene zin draagt al verlies, humor en herkenning in zich.
Taal voor wat geen woorden heeft
Gedichten geven vorm aan gevoelens die kinderen vaak niet kunnen benoemen. Ze maken ruimte voor tranen, boosheid en verwarring, zonder uitleg te forceren. Een kaarsje dat vergeten wordt. Een moederdag die ineens ‘dodemoederdag’ heet. Poëzie vangt wat anders uit de handen glipt.
Gelukkig is er nog een ander meisje
dat aan de meester vraagt of ze iets anders maken mag.
De meester knikt.
Het is weer bijna dodemoederdag.
– Bette Westera in de bundel Doodgewoon (Gottmer, 2014)
Zo wordt de dood zichtbaar, hanteerbaar en deelbaar.
Voor wie is deze lezing?
Deze lezing is geschikt voor:
- Ouders, grootouders en verzorgers
- Leerkrachten
- Bibliothecarissen en leesconsulenten
- Kindercoaches en rouwbegeleiders
- Professionals in zorg, onderwijs en uitvaartwereld
Iedereen die met kinderen leeft of werkt en hen wil ondersteunen bij verlies.
Wat nemen deelnemers mee?
Na deze lezing:
- Begrijpen zij hoe poëzie kinderen helpt bij rouw
- Durven zij eerder het gesprek over dood te openen
- Hebben zij concrete gedichten en voorbeelden om te gebruiken
- Zien zij dat de dood bij het leven hoort
- Weten zij hoe taal bedding kan geven aan verdriet
Deelnemers ontdekken dat je kinderen niet hoeft te beschermen tegen de dood. En dat poëzie het gesprek kan inspireren.
De dood is goed te doen.
— Bette Westera in de bundel Doodgewoon (Gottmer, 2014)

